Frederik van Eeden

Levens-wonder in ouder-worden.

Het merklijkst wonder watter mij geschiedt
't is dat God op mijn euvlen niet en ziet.
Schoon 'k mij bedenk van al maar zwaarder zonden
wordt lochter telken dag mijn juk bevonden.

Hoe raakte ik met mijn domheid en mijn kwaad
mijn Vader vlaklings in zijn zacht gelaat,
ik deed zijn zorgen met veel zorgs betalen
en zie nochtans, hoe lieflijk hij blijft stralen.

Zijn zon stijgt dag op dag met klaarder gloor,
zijn nacht star-oogt nog ernster dan te voor,
zijn zeezang medt van zeldzamer geheimen,
zijn avond pronkt met schooner verw bij 't zwijmen.

'k Zwerf als een wandlend kind van ding tot ding
en vind in elk van nieuws belustiging,
al zoo wel mijn bedroeven of plezieren
bemerk ik blij, als 't kind doet vreemde dieren.

Nu kenne ik pas des Levens rechter lust
en blijf dier lust mij stonde op stond bewust.
Nu ken 'k den Vader zo in lust als lijden,
en zal van Hem om lijden niet en scheiden.


Bron: Van de Passielooze Lelie. Verzen door Frederik van Eeden, waarbij zijn opgenomen de "Enkele Verzen", Amsterdam (W. Versluys) 1901, 120.
Ingezonden en HTML door Willem van der Schee
voor het project Laurens Jz. Coster