Frederik van Eeden

Mijn Bloemenpleegster.

Goede verzorgster van de blijde bloemen
die fleurig rond mij staan in elk seizoen,
ik blijf uw naam met eender wijding noemen
   als toen. --

In veler vrienden plaats vond ik één Vader,
in menig scherp gevecht vocht ik mij vrij,
maar niemand kwam mijn diepsten hartsgrond nader
   dan gij. --

Mijn leven staat thans wonderbaar beschenen
van glans dien gij niet kent en bijna vreest,
doch hij vermooit van al ding om mij henen
   ú 't meest. --

Door eigen leed alleen kunt gij mij deeren,
gij doet mij lief, al doet ge mij verdriet,
ik moet u goed zijn, of ik 't zou begeeren
   of niet. --

Zoo pleeg met mij in bloeme_en kindren beiden
de schoonheid waar ons beider hart in leeft,
en wat ik u onwillig heb doen lijden,
   vergeef 't! --


Bron: Van de Passielooze Lelie. Verzen door Frederik van Eeden, waarbij zijn opgenomen de "Enkele Verzen", Amsterdam (W. Versluys) 1901, 131.
Ingezonden en HTML door Willem van der Schee
voor het project Laurens Jz. Coster