Het gevallen meisje

Cornelis Paradijs

Gevallen, ja, gevallen,
  Gevallen en veracht!
Doch weet ge, zonder mallen,
  Wat de arme daartoe bracht?

Nu loopt ze langs de straten
  En kent geen uur van vreugd,
Sinds ééns zij heeft verlaten
  God en het pad der deugd.

Doch wilt haar nu niet smaden-
  Wie bracht haar in verdriet?
Een man heeft haar verraden,
  Toen hij haar snood verliet.

Zoo wilt haar dan niet treffen
  Met uwen eersten steen:
God kan en wil haar heffen
  Uit zonden en geween!


Zie het voortreffelijke gedicht van den Heer H. Cosman, in zijn `Wilde Halmen', bladz. 25, dat tot in de woorden met het mijne overeenstemt. Op het gebied van puikdicht reiken hier geloof en ongeloof elkander de hand. Cosman is een godverzaker, maar zijn gedichten zijn bijna even schoon als de mijne - Paradijs.

Grassprietjes, 1885

[Cornelis Paradijs pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.