Waterweelde

Cornelis Paradijs

't Was verruk'lijk zomerweder,
  Niet te warm en niet te koud:
't Schuitje dobberde op en neder,
  Onder 't hangend hout.

Welk een weelde voor een dichter
  Op dien stillen effen plas-
't Was mij of ik nog veel lichter
  Dan een vlugge vlinder was.

En dan aan mijn groene zijde
  Truide, teêr door mij bemind,
Lachend lievend, blozend blijde
  Als een speelsch en dartel kind.

't Leven scheen mij enkel zoetheid,
  En de lachtende natuur
Kondde luide Scheppers goedheid
  Op dit wonderzalig uur.

Nimmer zal ik u vergeten,
  Zelfs al word ik hoog bejaard,
Zoete tijd met haar gesleten,
  Spelevarend op de vaart!


Grassprietjes, 1885

[Cornelis Paradijs pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.