Portret van Justus van Effen bij de levensbeschrijving in de tweede druk van De Hollandsche Spectator. Amsterdam, 1756. Coll. Goudse Librije, SAHM.

Justus van Effen (1684-1735)

Vanaf het einde van de zeventiende eeuw verschijnen de eerste tijdschriften. In loop van de achttiende eeuw wordt de verscheidenheid aan periodieken steeds groter. Er komen tijdschriften uit met de roddels van de week, met wat serieuzere beschouwingen of met het laatste nieuws over de politiek en handel.

Justus van Effen (1684-1735) introduceert met zijn Hollandsche Spectator (1731-1735) een nieuw genre tijdschrift in de Nederlandse taal, naar Engels model. Een spectator is een tijdschrift waarin commentaar wordt geleverd op de samenleving. De auteur-verteller van zo'n tijdschrift verschuilt zich altijd achter een fictieve naam als 'Spectator', 'Denker' of 'Philosooph'. Om een maatschappelijk probleem aan te orde te stellen, maakt hij vaak gebruik van vaste formules. Zo worden verzonnen situaties beschreven, om daar vervolgens een morele conclusie uit te trekken. Een andere literaire kunstgreep is de fictieve ingezonden brief. De Spectator wil de lezer deugden bijbrengen die in de achttiende eeuw zeer hoog staan: redelijkheid, tolerantie en sociabiliteit. De schrijver van de Hollandsche Spectator stelt zich gematigd en verzoenend op, en vermijdt doorgaans concrete politieke stellingname. Individuele personen zal hij nooit aanvallen.

De Spectator en zijn vele navolgers vertegenwoordigen de achttiende-eeuwse burgerlijke middenklasse; alles draait om de 'opvoeding', het morele zelfbewustzijn van de burger. Deze tijdschriften propageren deugden die de burger zou moeten betrachten, en bekritiseren alles wat het welzijn van die burger in de weg staat. De door Van Effen gepredikte, 'schoolmeesterachtige' burgermoraal vertegenwoordigt een heel andere tak van de Verlichting dan bijvoorbeeld het satirische en realistische van auteurs als Doedijns en Weyerman.

Engelse voorgangers

In Engeland ontstaan begin achttiende eeuw de zogenaamde essaypamfletten: doorgaans bestaan ze uit één vel, dat aan beide kanten in twee kolommen is bedrukt. Ze handelen over diverse onderwerpen van politieke of culturele aard, en worden beschouwd als de voorlopers van de hedendaagse opiniebladen. Deze pamfletten vinden, evenals romans, vooral aftrek bij de middenklasse, de burgerij.

Sinds 1704 verschijnt drie maal per week het tijdschrift The Review, dat in handen is van Daniel Defoe (de schrijver van Robinson Crusoe, 1719). The Review bevat informatie over handel en politiek.

In navolging van Defoe geeft Richard Steele The Tatler uit (1709-1711). Korte tijd later voegt Joseph Addison zich als auteur bij Steele. The Tatler komt drie maal per week uit, en bevat veel amusante roddels uit koffiehuizen, maar ook serieuze essays over toneel en dichtkunst.

Het volgende tijdschrift van hun hand is de invloedrijke Spectator (1711-1714). Dit blad bevat teksten die het leespubliek moeten vermaken, maar die ook een stichtelijke boodschap uitdragen. Vooral The Spectator heeft veel invloed en kent vele navolgers, onder meer in Frankrijk, Duitsland en Nederland.

Literatuur

J. van Effen, De Hollandsche Spectator. Met een inleiding en aantekeningen door P.J. Buijnsters. Deventer 1984.

Recent is er een editie verschenen bij uitgeverij Astraea te Leiden. (Er zullen er meer volgen.):
J. van Effen, De Hollandsche Spectator (8 februari 1732-23 mei 1732), met een inleiding en samenvatting door dr. Elly Groeneboom-Draai. Leiden 1998.

Verantwoording

De afleveringen uit De Hollandsche Spectator werden naar de oorspronkelijke uitgave van 1731 gedigitaliseerd door Gijs Kuijper, die ook de korte inleiding schreef. De electronische versie en de (ingekorte) inleiding zijn afkomstig van de CD-ROM Klassieke Literatuur van de Middeleeuwen t/m de Tachtigers.

Meer informatie...