DRIE PAREN EN EEN

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

Gij hebt twee ooren – maar één mond,
   Dat vriend! zij u een teeken,
Om veel te hooren en niet veel
          Te spreken.

Gij hebt twee oogen – maar één mond,
   Bedenk dat, u ten zegen:
Veel moet gij zien en zeer veel dient
          Gezwegen!

Gij hebt twee handen – maar één mond,
   Den zin hoort gij te weten
Twee zijn er voor het werk, maar één
          Om te eten!
(RÜCKERT.)

[Genestet pagina] [Coster pagina]


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 Jul 2001