ALBUM

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

Weggedorde en weggeteerde blâren
  Bloemekens van geur en kleur beroofd,
Blonde bruine, zwarte, zijden haren,
  Lokken van zoo menig dierbaar hoofd,
Verzen van verliefde dichtersnaren,
Zoete nonsens onzer kinderjaren!
  Rozenstrikken door den tijd verdoofd:
Woordjes.... ach zoo geurig eens – nog teeder,
  Die mij aarde en hemel hebt beloofd....
Plechtige eeden van een kraaieveder!
  Ach, hoe mocht ik eertijds uren lang,
  Paradijs van bloemen en gezang,
Bij den schat van uw satijnen bladen,
’t Peinzend hoofd in liefde en weelde baden!
  Uw bescheen der Hope stralenglans,
’t Dwepend hart mocht aan uw geur zich laven:
  Ach! een aaklig kerkhof zijt gij thans;
  Bij elk dorrend bloempje van uw krans
Ligt een liefde, een vreugd, een droom begraven.



1850

[Genestet pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.