k Ben maar een mensch van vleesch en bloed
Als iedereen!
Dies zet ik me op geen hoogen voet
En zeg geen deftigheên.
Mijn naaste min ik, zoo als mij....
Zooveel ik kan!
Opdat ik u bemin, wees gij
Beminljk, lieve man.
k Rust, onder al mijn pijn of leed,
In hooger wil.
Maar k dacht soms : baatte klacht of kreet,
Ik hield mij wis niet stil!
Mijn hart, het is een wonderding,
t Is wit en Zwart!
Zoo goed, zoo slecht, zoo zonderling,
Precies een menschenhart!
k Had willen sterven, menig keer,
In bang verdriet!
Doch zie! nu kies ik t leven weer
En glimlach en geniet.
Ik tuin wat rein is, goed en waar,
Toch, gul gezegd,
k Ben voor asceet of nhartelaar
Niet in de wieg gelegd.
Natuur! uw teedre stem klinkt zacht
In mijn gemoed;
k Buig, lieve schoonheid, voor uw macht,
Die t beetre kweekt en voedt.
Ik ben niet koel voor t aardsch genot,
En zeg het vrij!
(Tartuffe, tot excuus voor God,
Voegt daar een fraze bij!)
Graag spreide ik zegen in het rond,
t Geen niets beduidt,
Want ach, toch blijf ik in den grond
Een egoïste guit!
k Wou beter wel en vromer zijn !
Doch, als ge ziet,
Ontdaan van allen pronk en schijn,
Ben k zóó en anders niet!
Ik heb mijn kwaad, ik heb mijn goed,
Als iedereen,
k Ben maar een mensch van vleesch en bloed....
Gij zijt vast geest en been!
[Genestet pagina] [Coster pagina]
Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 Jul 2001