DE BESTE VRIEND

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

Ik heb een vriend met ijzren hand
   En koel gebiedend oog;
Met  recht gevoel en kloek verstand,
   Doch vaak wel norsch en droog.

Zijn  woord voor mij, zijn wil is wet,
   Zijn wenken is gebod;
Wee! zoo mijn ziele zich verzet –
   Hij rooft mij elk genot.

Hij  stoort mij soms in ’t zaligst uur,
   Bij lust en feest en lied;
Als in de weelde der natuur
   Mijn droomend hart geniet.

Hij  taagt mij van de liefste plek,
   Hoe zoet de morgen lacht,
En sluit Mij op in ’t eng vertrek,
   Daar lastige arbeid wacht.

Hij dwingt mij kalm te zijn en sterk,
   Terwijl mij ’t harte bloedt;
En als ik ween, dan zegt hij: werk!
   Als ik niet kan: gij moet!

Hij  baart mij strijd, hij geeft mij rust
   In zorg of zweet verdiend;
Hij  is mijn Last, hij is mijn Lust,
   Mijn Plaag en toch – mijn Vtiend.

Want volg ik hem, dan rondom mij
   Schept hij mij vrede en licht,
En  stemt mij ’t hart zoo ruim, zoo vrij....
   Hoe is zijn naam? – De Plicht.

[Genestet pagina] [Coster pagina]


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 Jul 2001