Ik heb een vriend met ijzren hand En koel gebiedend oog; Met recht gevoel en kloek verstand, Doch vaak wel norsch en droog. Zijn woord voor mij, zijn wil is wet, Zijn wenken is gebod; Wee! zoo mijn ziele zich verzet Hij rooft mij elk genot. Hij stoort mij soms in t zaligst uur, Bij lust en feest en lied; Als in de weelde der natuur Mijn droomend hart geniet. Hij taagt mij van de liefste plek, Hoe zoet de morgen lacht, En sluit Mij op in t eng vertrek, Daar lastige arbeid wacht. Hij dwingt mij kalm te zijn en sterk, Terwijl mij t harte bloedt; En als ik ween, dan zegt hij: werk! Als ik niet kan: gij moet! Hij baart mij strijd, hij geeft mij rust In zorg of zweet verdiend; Hij is mijn Last, hij is mijn Lust, Mijn Plaag en toch mijn Vtiend. Want volg ik hem, dan rondom mij Schept hij mij vrede en licht, En stemt mij t hart zoo ruim, zoo vrij.... Hoe is zijn naam? De Plicht.
[Genestet pagina] [Coster pagina]
Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 Jul 2001