DOOR ZEGEN GEHEILIGD

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

O, zegt toch niet: „Lichtzinnig maakt de zegen!
   ’t Geluk de ziel afvallig van haar God!
De mensch verdoolt op voorspoeds effen wegen,
   En hoogmoed kweekt de lange gunst van ’t lot!”
Daar is toch ook, wie ’t zoet geluk van ’t leven
   Juist needrig stemde, afhanklijk, ernstig, zacht;
Wier ziel tot God door zegen werd gedreven,
   Als andren – door den lijdensnacht.

Daar is toch ook wie niet het kruis bekeerde,
   Maar wie ’t geluk, als ’t licht des Heeren, trof!
Wie niet de Nood – maar Zegen bidden leerde,
   Wie iedre bloem ontstak in liefde en lof!
En wie ook straks, toen ’s Vaders hand hen griefde
   Met bitter leed en raadselvolle smart –
De Erinring van Gods zegenende liefde
   Een steun, een troost bleef voor ’t verslagen hart!

[Genestet pagina] [Coster pagina]


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 Jul 2001