O, zegt toch niet: Lichtzinnig maakt de zegen! t Geluk de ziel afvallig van haar God! De mensch verdoolt op voorspoeds effen wegen, En hoogmoed kweekt de lange gunst van t lot! Daar is toch ook, wie t zoet geluk van t leven Juist needrig stemde, afhanklijk, ernstig, zacht; Wier ziel tot God door zegen werd gedreven, Als andren door den lijdensnacht. Daar is toch ook wie niet het kruis bekeerde, Maar wie t geluk, als t licht des Heeren, trof! Wie niet de Nood maar Zegen bidden leerde, Wie iedre bloem ontstak in liefde en lof! En wie ook straks, toen s Vaders hand hen griefde Met bitter leed en raadselvolle smart De Erinring van Gods zegenende liefde Een steun, een troost bleef voor t verslagen hart!
[Genestet pagina] [Coster pagina]
Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 Jul 2001