Geef een meisje bruine lokken, Lippen nimmer moe of bang Om te kussen of te jokken Heel het lieve leven lang; Rozenblosjes, sneeuwen handen, Hemelsche oogen, epen tanden, Ranke leest en vluggen voet: Armpjes om er in te vliegen, Of een kindje op te wiegen, En een blij gestemd gemoed. Lieve Hemel, hoor mijn beden, Geef haar zachtheid, stille trouw, En die duizend kleinigheden, Die zoo lief staan in een vrouw. Kleine zonden, teedre nukken, Die een gloeiend hart verrukken, Liefdes dartle poëzij; Geef haar wat zich de engel denken En uw rijkste gunst kan schenken, En dan Hemel, geef haar mij!
1847
[Genestet pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.