BIJ EEN FANTAZIE VAN DEN KUNSTSCHILDER J. A. KRUSEMAN
P.A. de Génestet (1829 1861)
Daar waait een geur van liefde en zegen
Van hemelzin en levensvreugd,
Van Jong geloof en blijde jeugd
Van s kunstnaars edel doek u tegen:
En als ge uw blik, nog onverzaad,
Verliefd, verteederd en bewogen,
Van dit zachtmoedige gelaat
En deze vrome, vroolijke oogen
Weer in de koude wereld slaat
Dan voelt ge zooveel zoete smarten,
Alsof gij t beste deel uws harten
Bij t lieve beeld uit t droomgebied
Der kunst voor eeuwig achterliet.
Op de Tentoonstelling 1850.