Mijn broedren, laat ons saâm den ééngen naam verhoogen; Mijn vrienden maakt met mij den God mijns levens groot! Hoe lieflijk heeft uw hart, in s Heeren tempelbogen, Ter Hoogtij uwer ziele, ons met dien psalm genood! O, t was ons goed met u te denken en te danken, Ons harte kreeg u lief bij t welgesproken woord ! Dat was geen vroom geruisch van jubelende klanken, Het was een rijk geloofs-akkoord, Een taal der ziel, van God gehoord! Ons harte kreeg u lief, toen Ge over tal van jaren, Niet vreemd aan strijd en kruis en onverslijtbren rouw, Den blik van uw geloof liet waren, En met ontroerde borst ons krachtig kwaamt verklaren: Ik moet, ik wil, ik kan slechts roemen in Gods trouw! Zijn zegen ruste op u: Zijn zegen, in den zegen, Dien ge andren brengt, het meest! want die is groot en goed. Wees lang nog menigeen op s levens duistre wegen Een welbeproefde boô van Hem, die troost en hoedt, Zoo als ge in t feestljk uur ook waart voor ons gemoed!
[Genestet pagina] [Coster pagina]
Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 Jul 2001