Idealen

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

aan
W.S., Theol. stud.

Wat gij in uw liefste droomen
  Ooit in uw God hebt afgebeên,
’t Kerkje tusschen lindeboomen,
  ’t Vroolijk landschap om u heen;
Velden, die van welvaart ruischen,
’t Rookwolkje uit de bonte kluizen,
  Al de liefde van dat oord:
Op uw avondwandelingen
Kleinen, die zich om u dringen,
Grijsaards, luistrend naar uw woord.
Laat die toekomst–idealen,
  Van Gods zegen overstort,
Steeds uw weg, uw hart bestralen,
  Waar het somtijds donker wordt;
Zoo geen vriendlijke aangezichten
Meer ’t gezellig pad verlichten,
  Eens met bloemen overspreid, –
Zoudt gij schromen, zoudt gij vrezen? –
Mag de weg niet eenzaam wezen,
  Die u naar uw dorpje leidt?


1847

[Genestet pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.