Levenslust is t ware leven, Is het liefelijkste goed, Dat de lachende aard kan geven Van haar weelde en overvloed. t Is geen trek der dwaze zinnen t Jonge leven te beminnen: Levenslust is levenskracht; Levenslust is vroolijk strijden, Hopend en geduldig lijden Is een kinderlijk verblijden, Dat den Hemel tegenlacht. Maar om t leven wel te smaken, Dient daar nog een hooger gloed In de vrome borst te blaken: Vaste, kalme stervensmoed! Wie geen moed heeft om te sterven: Zal den moed tot leven derven: Steeds gaapt de afgrond aan zijn voet. Om langs rozen mij te leiden, Om mijn leger zacht te spreiden, Als dit minnend hart moet scheiden, Geef o God! geef mij die beiden: Levenslust en stervensmoed.
Juli 1849
[Genestet pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.