Leekedichtjes

CXIII Peinzensmoede

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

Daar is geen Priester
  Die Hem verklaart!
In raadslen wandelt
  De mensch op aard.

Wie ’t Licht van Heden
  Ook juublend eer’,
Dit licht doet smachten
  Vooral – naar meer!

Want ach, wat nevel
  Van Dwaling vlied’ –
De Zon der Kennis,
  Zij schijnt hier niet.

Mysterie – ’t leven!
  Mysterie – ’t lot!
Die schepping predikt
  Geen liefdrijk God.

Natuur – wat deert haar
  Uw vreugde, uw leed?
Ze is zielloos lieflijk
  En reedloos wreed!

En Hij die allen
  Is vóórgegaan?
Liet zonder antwoord
  Ons Waarom staan!

Het eind der wijsheid
  Blijkt altoos meer;
Wij weten weinig –
  Te weinig, Heer!

Maar toch, al gloeit soms
  Mijn hoofd van smart –
In U, mijn Schepper,
  Vertrouwt mijn hart.

Niet ómdat alles
  Uw Liefde ontdekt,
Maar óndanks alles
  Dat twijfel wekt!

Trots ’t onverklaarbre
  Dat huivren doet,
En ’t onbewijsbre
  Der hoop, die ’k voed!

Trots ieder raadsel,
  Het Kwaad zóó groot,
De Smart zóó schriklijk,
  Trots rouw en dood.

Ja tóch, ik meene
  Dat ik Uw hand
Wel speurde in ’t leven –
  Uw Vaderland;

En dat mijn ziele,
  Ter stille nacht,
Uw stem wel hoorde,
  Zoo teêr, zoo zacht.

Na vuur en stormwind
  Zweefde ook soms mij
Schoon geen Elia –
  De Heer voorbij...

Uw starrenhemel,
  Hij trekt mijn oog, –
Als ’t woord des Heilgen
  Mijn hart omhoog!

Ik smacht, vermoeide
  Van ’s levens loop –
Mijn hope is weemoed,
  Mijn weemoed hoop!

En ’k geef mij over,
  Met blind geloof,
Aan U den Vader,
  Wien me niets ontroof!

Daar is geen Priester
  Die Hem verklaart!
Doch U zoekt niemand
  Vergeefs op aard.


1860

[Genestet pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.