Naar uw eng, fantastisch Hemelpoortje Strumpelt gij op t afgebakend pad, En uw reisweg schijnt u woord voor woordje Uitgeschreven op een heilig blad. Op des Geestes breede, diepe stroomen Drijven, zwerven, zoeken, lijden wij; Nachten dalen, hooge waatren komen.... En we zijn zoo rustig niet als gij! Toch vooruit steeds streven wij en staren. Als Columbus, t hoofd omhoog gericht, Reizen we op de wentelende baren, In t geloof dat ginds een wereld ligt!
1860
[Genestet pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.