Mijn vader heeft mij eens geleerd,
Dat elk, die ware wijsheid eert,
Moest zijn een man van t ware midden.
Kind sprak hij wat ik u mag bidden,
Houdt steeds, met christlijk overleg,
Als Van der Palm, den middelweg.
Toch, schoon k niet twijfel of voordezen
Genoemde weg puikpuik mocht wezen,
k Heb mijn bekomst van t midden, want
Men krijgt er, als een kwade jongen,
Thans klop van de een en de andren kant,
En wordt geduwd en plat gedrongen.
Zoon middelman,
Wat heb je er an?
Zoon sukkelaar,
Zoon modderaar!
Inkonsekwent! zóó luidt het heden.
De knappe lui van wederzij
Zien op u neer met medelij,
Alleen de stumperds staan u bij...
t Zijn andre tijden, andre zeden!
Dus, wilt ge een man zijn, kies partij.
[Genestet pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.