Ik groet met liederen en kussen Uw blijd, uw moederlijk gezicht, Zoo lief, zoo heerlijk prijkend tusschen Ons blonde meisje en t bruine wicht. Voorwaar, wel menglen in ons leven Zich zacht en schoon het licht en t bruin, Zoo schoon als in de groene dreven Hier aan den voet van t blonde duin. t Zal niet altijd zoo zacht zich mengelen Als in dit rijk en zalig uur, Nu gij met onze vriendlijke engelen Den vrede smaakt van Gods natuur. k Zou ook van God niet durven vragen Steeds zulk een schoonen levensgaard Zoo Hij maar in Zijn welbehagen U met ons blondje en bruintje spaart!
Bloemendaal 1859
[Genestet pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.