Liedje in de maneschijn

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

Hoe ’t komt toch, dat zoo garen
  De meisjes – vraagt ge mij –
In ’t lieve maantje staren
  Met stille mijmerij?

Wel, hebt ge nooit vernomen
  Van ’t mannetje in de Maan?
Zij zien het in heur droomen,
  Zij lokken ’t met een traan.

Schijnt later – als de morgen
  Haar naast een wiegje wekt,
En de avond uit de zorgen
  Haar in de veeren trekt –

Schijnt later van den hoogen
  Het maantjen op de ruit –
Men kijkt met andere oogen:
  Het mannetje is er uit!

Zelfs ziet men menig spannetje
  Zoo kwalijk samen gaan,
Dat vaak de vrouw het mannetje
  Terugwenscht naar de maan!


[Genestet pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.