Welnu: aan de ééne zijde van dat schotje prijkte in gloria het gereformeerde Athenaeum, in de personen van zijn professoren natuurlijk; aan de ander zijde werden de Seminaria, door vijf professoren vertegenwoordigd, op elkander gedrongen, in het zevende of vierde gedeelte (ik heb geen mathematischen blik) van de geheele bank. Het verwondert mij, dat het nog zoo lang goed is gegaan. De bespottelijkheid en onbillijkheid dezer afscheiding viel te meer in het oog, wanneer men bedacht dat de gereformeerde theologen ook gedeeltelijk werden gevoed en gekweekt, in geestelijken zin, door luthersche, remonstratsche, menniste professoren.
Dit alles neemt niet weg, dat ik Van Alphen bewonder en liefheb op een ander terrein. Laat de kinderen liever zijn Cantate van buiten leren dan die kindergedichtjes!
De ster, op de borst van den braven man
Moest door de wolk van zijn nederigheid stralen,
En wat geen zilver, geen goud mogt betalen,
Daar spreekt de gunst des konings van.
Zoo strekt de brave ten baat voor ons allen
Maar de ster op den rok van een gek of een guit,
Lokt het regterlijk ook van de menigte uit:
Dat schande en spot verpletterd op hem vallen!
Waarlijk, geheel de SintNikolaasavond schijnt wel niet anders dan een uitvoerig kommentaar van deze geestige regelen.
Deze aanteeking is dus voor de meesten mijner lezers overbodig.
Broeder Leek, evenwel, voor wien ze niet te veel, maar te weinig zegt tot recht verstand van ons rijmpje, verg. Dr. Piersons opstel in de Gids, Mei 1859: Het Monisme van Prof. Scholten.