Sneeuwklokjes

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

(Voorrede van een bundel Poëzie, onder dezen titel verschenen.)

De Lente komt, de Lente komt,
  Al sluimren nog de velden.
Ons kwam een bloempjen uit de sneeuw
  Die zoete maar vermelden.
    Sneeuwklokjes, blinkt,
    Sneeuwklokjes, klinkt,
Sneeuwklokjes, luidt op den winterschen akker
Lente met duizende bloemekens wakker!

Dees ruiker poëzie ontook
  Met d’ eerst’ling onzer velden:
Dat, lieven, ook haar bloemen u
  Een schoonen dag voorspelden!
    Sneeuwklokjes, blinkt,
    Sneeuwklokjes, zingt,
Zingt, op der harten nog sluimrenden akker,
Rozen der liefde in de lentezon wakker!

De Lente komt, de Liefde volgt,
  Gij lieven en gij blijden!
Ziet daar de profetie van ’t lied,
  Dat wij u hartlijk wijden.
    De Lente koomt,
    Het meisje droomt....
O spel toch iets zoets aan haar blozende wangen,
Gij bloesems der liefde, gij dichtergezangen.

1853



[Genestet pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.