SPREEKWOORDJES

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

Dorst maakt van de frissche stroomen,
Die den wandlaar doen bekomen
     Van de hitte van zijn pad,
     Meer dan kostljk druivennat;
Honger stooft de rauwste blaêren,
     Harde boonen maakt hij zoet;
Slaap schudt veeren van de varen,
     En maakt nacht van middaggloed;
Zuinigheid maakt eerlijke armen
     Arbeid alle menschen rijk
Mededoogen en erbarmeri
     Maakt het schepsel God gelijk.
Kleine handen, reine tanden
     Maken alle meisjes mooi;
Liefde tooit de barste stranden,
     Maakt een hemel van een kooi;
Witte dassen, witte haren,
     Pruikjes maken dominees
Van wie vroeger losser waren
     Dan studenten op een sjees;
Geld maakt uil en aap en ezel
     Burgemeester, man van staat;
Wijn maakt d’allerfijnsten kwezel
     Tot een wakkren kameraad;
Zoute scherts maakt flauwe spijzen
     Hartig, water-wijntjes fijn;
Eetlust, kippen tot patrjzen,
     En „een broodje” tot festijn; –
Gouden knoopen, modekleeren
     Maken mof en intrigant
Vette hanzen, groote heeren;
     Twintig leugentjes – een krant.
Van gebrek aan krakelingen
     Maakt u de angst een hongersnood;
     Praatjes maken menschen dood,
Die nog vrij door ’t leven springen;
     Onbeschaamdheid maakt een nul
     Nommer-één in ’t wereldspul;
Lucht maakt kranken tot gezonden;
Edukatie maakt de honden,
     De aapjes in de kermistent,
     Bijna menschen van talent;
Onze tijd maakt diplomaten,
Filozofen, demokraten,
     Van mijn kruier en mijn „Jan”: –
Maar geen kist vol ridderstarren
     Maakt van vijf-en-twintig narren
     Ooit één knap, verstandig man.
1849.

[Genestet pagina] [Coster pagina]


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 Jul 2001