k Zal niet schreien en niet klagen, Stille smart is diepe smart; k Wil den last des afscheids dragen, Moedig als uw manlijk hart. Maar een korte, vrome bede, Maar een handdruk zij mijn groet: Lieve zwerver, ga in vrede, Met uw God en met uw moed! Lievling van uw trouwe vrinden, Wees de lievling der Fortuin; Vriendschap liefde moogt ge vinden Maar gedenk aan Hollands duin. Blijf de kracht der jonge jaren, Blijf dien onbedorven geest, En dat edel hart bewaren, Dat ons dierbaar is geweest! Wij, wij zullen menigmalen Spreken van den verren vrind, Van zijn droomen en verhalen, Van zijn lach, die harten wint; En in droevige oogenblikken Zal een trouwe groet misschien Uw geliefden wel verkwikken Met een droom van wederzien. Want wij blijven u verbeiden, Ach, het is nog veel te vroeg, Dierbaarste, om voor goed te scheiden, En wij zijn nog jong genoeg.... Maar zoovelen zijn gebleven, Velen hebben niet gewacht: Goede reis dan voor dit leven En voor t andere: Goeden nacht!
1850
[Genestet pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.