P.A. de Génestet (1829 – 1861)


Eerste gedichten
(1846–1851)

Voorwoord van de dichter

Uit het studentenleven

  1. Epikurisch feestgezang
  2. Een liedje aan een jong student
  3. De humorist
  4. Het schotje
  5. Aan mijn vriend Mr. E. H. s’Jacob, Naar Batavia vertrekkende
  1. Waar en hoe
  2. Individualiteit
  3. Verandering
  4. Keer in U
  5. Soorten
  6. Wetenschap en oppervlakkigheid
  7. Verschil en Vrede
  8. Niet aardig
  9. Stichtelijk
  10. Jan Rap
  11. Vroomheid
  12. Geloof en Kritiek
  13. Ernst en Vrijheid
  14. Op ’t kinderschooltje
  15. Twee in éen huis
  16. Regel, met uitzondering
  17. De waarheid
  18. Dogmatisch Roosje
  19. Machteld en Leonard
  20. Question Brûlante
  21. Determinisme
  22. Uitgesteld
  23. Dualisme
  24. Monisme
  25. Nimium nocet
  26. Systematisch
  27. Theorie en praktijk
  28. Theologus triumphans
  29. Mihi constat
  30. Geven en nemen
  31. Nabetrachting van gemelde oratie
  32. Methoden
  33. De rechte maat
  34. Leekedichtjes
  35. Vermittlungstheologie
  36. Sancta Theologia
  37. Beurt om beurt
  38. Van Heusde’s spreuke
  39. Twee Koryphaeën
  40. De stand der zaken
  41. De ontevredene
  42. De redelijk konservatief
  43. De lutheraan
  44. Een voorstander
  45. De man van het ware midden
  46. Een geloovige
  47. Het absolute
  48. Geen Pilatus
  49. Tout chemin mène à Rome
  50. Welgemeend
  51. Waarschuwend voorbeeld
  52. Autoriteits–ongeloof
  53. Ketterij
  54. De wereld der traditie
  55. Formulier van eenigheid
  56. Leer en leven
  57. In de huiskamer
  58. Aan een Hollandschen knaap
  59. Paradox
  60. Leekegebedje
  61. Wetenschappelijke ontwikkeling
  62. Histoire contemporaine
  63. Stichtelijke uren
  64. Op heel en half licht
  65. Een kind der eeuw onder een preekstoel
  66. In Huygens vorm
  67. Cotin’s opinie
  68. In nomine dei
  69. Voor schriftverklaarders
  70. Zeker materialisme
  71. Moderne wereldbeschouwing
  72. Geloovig en religieus
  73. De tegenstanders van het moderne houden en hebben
  74. Overwegende argumenten
  75. Kontrabande
  76. Een oud gediende
  77. Een stumperd
  78. Illusie
  79. Een aristokratisch tegenstander
  80. Gemoedelijke ouderdom
  81. Vasthouders
  82. Uitzetten
  83. Enfant terrible
  84. Voorzichtig
  85. Te ver gaan
  86. Beginsel en konsekwentie
  87. Martelaars
  88. Met schade en schande
  89. Afgebroken diskussie
  90. Hoe soms de Liefde heerscht
  91. Verdraagzaamheid
  92. Dilemma
  93. Van boven naar beneden
  94. Idealisme
  95. Voor de optimisten
  96. Weemoed en hope
  97. Luim
  98. De practici
  99. Practisch
  100. Denken
  101. Ter griffie gedeponeerd
  102. Vrome raad
  103. Vrijgevigheid
  104. Deftigheid
  105. Aan Ds. Humanus, Theol. Doct.
  106. Verstand en geweten
  107. Moraal
  108. Tweederlei oordeel
  109. Verheven troost
  110. Humor
  111. Dogmatisme
  112. Peinzensmoede
  113. Gij en wij