Hoe zich een dichter troost

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

Probatum est.

Geen goud heeft ooit mijn oog getrokken
Dan ’t zijden goud van maagdenlokken,
  Dan ’t purpren goud van d’avondstond;
Dan, rijke muze dezer dalen,
Aurora met den krans van stralen!
  De gouden rozen in uw mond;
Dan ’t bruine goud der beukeblaęren,
Het blonde goud der ruischende aren,
Het maatgeluid van gouden snaren;
  Dan ’t heilig goud, dat Liefde en Echt
Door ’s Bruigoms witbesneeuwde haren
  In groene mirtekransen vlecht,
Of – op de voorjaars milde wegen
De stroomen van den gouden regen.


1851

[Genestet pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.