TURKSCHE BEELDSPRAAK

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

   U volgen op uw levenspaën
   Twee Englen, die u gadeslaan,
   Ter rechte en linke ; beide schoon
   En goed, twee milde hemelboôn,
   En als ge een eedle daad verricht,
   Den zwakke steunt, den arme geeft,
   Den lijder troost – dan aanstonds zweef t
   Omhoog naar ’t rijk van Vrede en Licht,
   Die wachter aan uw rechte, en grift,
          In heilig schrift,
Het werk uwer Liefde, met dankend genot,
In ’t Boek des Gerichts voor den troon van zijn God.

   Doch als gij haatlijk onrecht pleegt,
   Als booze drift uw hart beweegt,
   Dan weent van rouw en medelj,
   Die Engel aan uw linkerzij,
   En teekent op de booze daad,
   Het bitter woord; doch hij verlaat
   Uw zij’ nog niet en vaart daarheen –
   Maar blijft! – Hij teekent op alléén
   Wat gij misdeedt.... en toeft ......... en wacht
          Tot middernacht,
Met stille gebeden, met engelentrouw,
Of ge ook uw schuld nog erkent met berouw.

   En – zoo uw hart nog eindljk breekt~
   En gij voor ’t kwaad vergeving smeekt,
   Dan wischt hij de aanklacht uit, terstond,
   En hij blijft waken aan uw spond!
   Maar sluit gij onboetvaardig ’t oog,
   Dan buigt hij ’t blonde hoofd en staart
   U somber aan een poos – en vaart
   Op matte vleug’len naar omhoog,
   Als die een harden, harden plicht
         Maar noô verricht,
En dan eerst, de ziele van weemoed vervuld,
In ’t Boek van de Toekomst vermeldt hij – uw schuld!

[Genestet pagina] [Coster pagina]


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 Jul 2001