Vreemdelingen

II. Aan zee

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

Mooi visschersmeisje, roei
Uw bootje naar het land,
En zet u naast mij neer,
Uw handjen in mijn hand.

Vlij, aan mijn boezem, vlij
Uw kopje, rust in vreê,
Wees toch niet bang voor mij,
Gij zorgloos kind der zee!

Mijn hart is als uw zee!
’t Heeft storm en ebbe en vloed;
Ook paarlen vindt gij, diep,
Maar diep in mijn gemoed.


[Genestet pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.