Titelpagina van het Geuzenliedboek van 1581. Coll. Koninklijke Bibliotheek Den Haag.

Geuzenliedboek

In de loop van de zestiende eeuw, toen ook de oorlog tegen Spanje begon, ontstonden de geuzenliederen. Daarin werd niet alleen gereageerd op de geloofsstrijd, maar ook op het verloop van de Opstand. De geuzenliederen hadden de vorm van historieliederen over de heldendaden van de geuzen, geestelijke liederen, maar ook spot- strijd- en schimpliederen. Ze werden geschreven op oude, bekende en populaire melodieën. Meestal werden ze gedrukt op losse bladen en voor weinig geld verkocht. Een aantal liedjes afkomstig van deze liedbladen werd op een gegeven moment verzameld, net als de martelaarsliederen. Een drukker of uitgever stelde een bundel samen met de titel Geusen lieden boecxken en dat initiatief werd snel nagevolgd. In totaal zijn er 33 vermeldingen van gedrukte geuzenliedboeken bekend. Het eerste liedboek stamt waarschijnlijk uit 1574, maar is verloren gegaan, net als een late druk uit 1748. De oudst bekende druk van het Geuzenliedboek werd gemaakt in 1577-78, het laatst bewaarde boek in 1687. De geuzenliedboeken werden vooral gedrukt in de Hollandse steden: Amsterdam, Dordrecht, Den Haag, Delft, Enkhuizen, Utrecht en Haarlem. Dat gebeurde in het geheim.

Favoriete thema's

Tot de val van Antwerpen (1585) geven de geuzenliederen een beeld van de gevechten tegen Spanje, het plaatselijke verzet in steden als Leiden en Den Briel en van de rouw om de dood van Willem van Oranje die in 1584 werd vermoord. Later gaan de liederen over de heldendaden van prins Maurits en Frederik Hendrik en over de politiek van hertog Alva die in 1567 naar Nederland kwam. Naarmate de omstandigheden in de oorlog gunstiger werden voor Nederland ontstonden er meer liederen met lof op de Republiek. De toon van de geuzenliederen werd heroïsch en zelfbewust, ook door de economische groei en de artistieke opbloei van de Renaissance. Een blijvend element in de geuzenliederen was het hekelen van katholieken.

Daarvoor bestonden binnen de strijdliteratuur een aantal favoriete thema's. Katholieken werden met name bespot vanwege de leugen van de katholieke transsubstantiatie (brood en wijn veranderen bij de Eucharistie in lichaam en bloed van Christus), de leugen van het Vagevuur, de katholieke eredienst, de heiligenverering, de onbijbelse katholieke leerstellingen en de slechtheid van priesters en pausen.

Op hun beurt bespotten de katholieken het opstandige karakter van het protestantse geloof, de interne verdeeldheid van de protestanten en de onkuisheid van getrouwde predikanten. Overigens bleven de katholieken lange tijd wat achter met hun reacties op de protestantse bespottingen. Dit gold ook voor de reacties in liedvorm: een Ďanti-geuzenliedboek' is door de katholieken bijvoorbeeld nooit gedrukt. Er zijn dan ook veel minder katholieke liederen overgeleverd dan protestantse.

Werd er door de katholieke partij wél een anti-protestants lied geschreven, dan werd het vaak op een melodie uit het vijandige kamp gezet. Op deze manier werd de tegenpartij nog eens extra getreiterd. Dit systeem, waarin liederen van de tegenstander werden beantwoord met tegenliederen, was in de zestiende eeuw zeer populair. Zo gebruikten katholieken het Wilhelmus en de calvinist Revius een gregoriaans lied om de vijanden zwart te maken en de eigen partij moed in te spreken. Ook het Wilhelmus zelf was een tegenlied. De melodie waarop het geschreven werd, was die van Chartres, een spotlied tegen de protestanten in Frankrijk. Dat lied werd door de schrijver van het Wilhelmus omgezet in een triomflied ter ere van de Nederlandse protestanten, in de persoon van Willem van Oranje.

Wilhelmus


Het Wilhelmus in het Geuzenliedboek van 1581. Coll. Koninklijke Bibliotheek Den Haag.

De oudst bekende Nederlandse versie van het Wilhelmus staat in een geuzenliedboek van 1577 of 1578. Bij het lied is in deze bundel alleen een wijsaanduiding gegeven, geen muzieknotatie. De wijsaanduiding luidt 'Na de wijze van Chartres'. Chartres is een Frans lied waarin de mislukte aanval van de hugenoten (protestanten), onder leiding van de Prins van Condé, op de stad Chartres wordt bezongen. De zestiende-eeuwse melodie van Chartres is opgetekend in een klein bundeltje liederen, de Deuchdelycke Solutien (1574). Deze melodie is iets eenvoudiger dan die uit de Gedenck-clanck van Adriaen Valerius uit 1626, de versie van het Wilhelmus die wij nu kennen. Wie de dichter van het oorspronkelijke Wilhelmus geweest is, is onduidelijk. Enkele bronnen van ca. 1600 noemen Philips van Marnix, heer van St.-Aldegonde, als dichter.

Het Wilhelmus bezingt de verzetsheld Willem van Oranje in de Opstand tegen de Spaanse koning. Deze triomfantelijke inhoud van het Wilhelmus is tegenovergesteld aan de inhoud van het oorspronkelijke lied Chartres. In dat lied werd de prins van Condé juist in een slecht daglicht geplaatst en bespot om het mislukken van zijn offensief tegen Chartres. Met het Wilhelmus hadden de Nederlandse protestanten dus een anti-protestants lied overgenomen en omgevormd tot propaganda voor de eigen partij. Het laatste gebeurde in de zestiende eeuw vaker: strijdende groepen lijfden elkaars liederen in en schreven tegenliederen op melodieën uit het vijandige kamp.

Literatuur

Louis Peter Grijp, Van geuzenlied tot Gedenck-clanck: eerste deel: het geuzenliedboek in de Gouden Eeuw. In: Zeventiende eeuw, jg. 10 (1994), nr.1, p. 118-132.

Louis Peter Grijp, Van geuzenlied tot Gedenck-clanck: tweede deel: de receptie van geuzenliederen, in het bijzonder in de contrafactuur. In: Zeventiende eeuw, jg. 10 (1994), nr. 2, p. 266-276.

L.P. Grijp, De hoer van Babylon: politieke liederen uit de tachtigjarige oorlog. In: Spiegel historiael, jg. 22 (1987), nr. 4, p. 165-171/206.

Nederlandse Literatuur, een geschiedenis. Onder redactie van M.A. Schenkeveld-van der Dussen e.a. Martinus Nijhoff Uitgevers, Groningen, 1993. Essay 30 biedt informatie over geuzenliederen en het Wilhelmus.

Verantwoording

De keuze uit het Geuzenliedboek van 1581 is weergegeven naar de editie van Leendertz, 1924-25.
Digitalisering: Marieke den Boer. Inleiding: Miriam Wijnen. De electronische versie en de (ingekorte) inleiding zijn afkomstig van de CD-ROM Klassieke Literatuur van de Middeleeuwen t/m de Tachtigers.

Meer informatie...