'K ZAT BIJ NEN BOOM TE LEZEN


k Zat bij nen boom te lezen,
al in mijnen brevier;
de zunne kwam gerezen,
gelijk een kole vier;
de blijde vogels dronken
de dreupels van den mei,
de morgenperelen blonken
en brandden in de wei,
lijk vier:
'k zat bij nen boom te lezen,
al in mijnen brevier!


Guido Gezelle
(1859-1860?)


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster