DEN OUDEN BREVIER

Als zorgen mijn herte verslinden,
als moeheid van s werelds getier;
dan zoeke ik weêrom den beminden,
dan grijpe ik den ouden brevier.

o Schat ongevalschter gebeden,
brevier, daar, in t korte geboekt,
Gods woord, en Gods wonderlijkheden,
nooit een ongevonden en zoekt!

o t Werk van gezetelde Pausen,
wat zegge ik, Gods eigen beworp;
o sterkte, en, als t lijden doet flauw zijn,
onsterflijk lavend geslorp!

o Weldaad wellustiger koelheid,
o schaduwomschietende troost,
als t vier, en de onmachtige zwoelheid,
gestookt door den vijand, mij roost...

Dan zuchte... dan zitte ik alleene;
dan biede ik den booze: "Van hier!"
dan buige en dan bidde ik, en weene...
dan grijpe ik den ouden brevier!


Guido Gezelle
(23/10/1894)


Toelichting

Het breviergebed had een grote invloed op de poëzie van de oudere Gezelle.

Schat ongevalschter gebeden: schat van authentieke gebeden
daar: waar
ongevonden: nooit iemand zoekt zonder ze te vinden
geslorp verwijst naar het "lavende" karakter van het gebed
o troost die ons met schaduw omgeeft
dan biede ik den booze weerstand
Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster