SCHOONE CASTANJEN      

Schoone castanjen, hoe blijde is uw groen,
          vol sneeuwwitte keerskens gesteken;
ze blinken, ze bloeien, ze dansen, ze doen
          hun' dienaar, ootmoedig geweken
voor t waaien van t windtje, dat op en dat neêr,
voor t waaien van t windtje, dat weg en dat weêr
komt wandelende over uwe takken gegaan,
          noch stille en laat staan
     geen een van uw wentelende blaren!
Schoone castanjen, hoe blijde is uw groen,
          n zee is t, vol zadgroene baren!


Guido Gezelle
(1890?)


Toelichting

vol keerskens gesteken = vol kaarsjes gestoken
ze doen hun' dienaar = ze maken een buiging
zadgroene = diepgroene


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster