De zonne zit zoo snel en blinkt, en bloeit alin het westen, dat wolkenloos heur stralen drinkt, in Lentemaand, den lesten.
‘t Wil zomer zijn, van nu voort aan: vroeg morgen zal ik meugen - ‘t wil zomer zijn! - vermeien gaan mij, morgen, en verheugen!
Guido Gezelle(31/3/1890)
snel = opgewekt den lesten = de laatste dag van maart van nu voort aan = van nu af aan meugen = mogen