|
Gepoeft, gepaft, ge'n hoort niet el, |
Guido Gezelle
(1892)
gepoeft, gepaft = er wordt geslagen en geklopt
ge'n hoort niet el = ge hoort niets anders
wappers = wat dient om te slaan (matteklopper)
buischen = tempeesten
dat ‘t kuilt = dat er zich wolken vormen
de greppen zweren = de greppels kolken
groeve = grove
zwicht = wees op uw hoede voor
groote kuisch = schoonmaak
ievers = ergens
naaste weke = volgende week