GEZELLIANA

Constant Broos (TM.LC@ping.be)
(Aflevering 10)


[Naar aflevering 9]



Guido Gezelle schreef heel wat gelegenheidspoëzie. In zijn tijd kon er niets gebeuren in het leven van de mensen zonder dat er een gelegenheidstoespraak, een voordracht of een feestlied aangeheven werd. Dit ritueel paste bijzonder goed in Gezelles apostolaat als priester en dichter. Bij een sterfgeval, een communie, een huwelijk, een priesterfeest, bij een verjaardag of een jubileum werden feestwensen uitgesproken of voorgedragen.

Vooral in zijn vroege bundels - maar ook nog in Tijdkrans - waren er gedichten voor vieringen en herdenkingen van allerlei aard. Zoals bekend is Kerkhofblommen een gelegenheidswerk dat hij in 1858 inderhaast concipieerde bij het overlijden van n van zijn leerlingen. Er zijn meer dan duizend gelegenheidsgedichten van hem bekend, en zo goed als zeker zijn er nog heel wat verzen en versjes verloren gegaan.

Al dikwijls werd er op gewezen dat de dichter eigenlijk te veel gelegenheidswerk produceerde, dat die gedichten afbreuk zouden doen aan de dichtkunst van de grote Vlaamse dichter, dat deze eenvoudige en soms nogal moraliserende rijmelarij in schril contrast zou staan met de lyrische ontboezemingen in verband met de grote levensvragen en de door hem zo bewonderde natuur.

Toch zijn er bij die honderden gelegenheidsgedichten heel wat pareltjes van speelse en humoristische, maar ook van zeer diep menselijke dichterlijke verwoordingen, die misschien wel meer aandacht verdienen dan tot nog toe het geval was. Uit veel van deze gedichten blijkt in ieder geval dat Gezelle een zeer gevoelig man moet geweest zijn, die wellicht te graag op allerlei verzoeken om dichtwerk inging om de mensen te plezieren, om ze in hun feestvreugde of dikwijls ook in hun lijden te steunen. Ondanks zijn eenzelvig en eigenzinnig karakter, ontdekken we soms in dit gelegenheidswerk hoe hij echt blij kon zijn om de vreugde van anderen, maar hoe hij ook diep mee kon voelen met het leed dat zijn medemensen trof. Denken we maar aan de talrijke zielsgedichtjes die hij vanaf de tweede druk toevoegde aan de bundel Kerkhofblommen.

Ter illustratie volgen hier drie stukjes die Gezelle schreef ter gelegenheid van bepaalde gebeurtenissen. Eerst De wereld is een zee, dat verscheen in het door Gezelle in 1890 gestichte en nog steeds bestaande tijdschrift Biekorf. Hij schreef dit gedichtje ter gelegenheid van het huwelijk van een echtpaar dat tot nog toe onbekend gebleven is. Jolly good fellows is dan weer een luimig gezelschapslied dat gezongen werd ter ere van Gezelles overste, de rector van het Engels Seminarie.

Het tamelijk baldadig lijkend gedicht Voor koster Guilielmus dat deze reeks afsluit, is duidelijk een jeugdgedicht, zoals trouwens blijkt uit de vorm en de inhoud van het nogal satirische stuk. Gezelle schreef het ter gelegenheid van het veertigjarig ambtsjubileum van Guiliëlmus Vanslimbrouck (1790-1855), die als koster en knecht in het kleinseminarie te Roeselare werkzaam was. De gebochelde knecht was vermoedelijk erg geliefd bij de studenten, en blijkens de vele bewaard gebleven afschriften van dit gedicht bleef die viering lange tijd legendarisch bij veel studenten van het kleinseminarie.



DE  WERELD  IS  EEN  ZEE           

Beminde echtgenooten

    De wereld is een zee
vol wilde en woeste baren,
    daarop eenieder zal
te schepe gaan en varen.

    Daar zijnder die alleen
die zee bevaren moeten;
    daar zijnder die de vaart
door meêgezelschap zoeten.

    Gij lieden zijt, getweên
in t Sacrament gebonden;
    zij heeft den bruidegom
en gij de bruid gevonden.

    Ons Heere wilde t zoo,
gelukkig zijt gij, beiden:
    en die u heeft gescheept,
zal zelve uw reis geleiden.

    Voorspoedig zij de reis
het weder en de winden;
    en moge uw vrouwe, en gij,
de goede haven vinden!

    Dat wensche ik u, van herte
en ziele toegenegen,
    daarbij een volle vrecht
van zoeten kinderzegen.

    En, als gij, oud en strem
eens zijt, van lang te leven,
    dan zij, voor eeuwig, u
Gods zaligheid gegeven!

    Gods zaligheid zij u,
met al uw kinders mede;
    en - in een enkel woord
is t al gezeid - : Gods vrede.

(19/10/1897)



J O L L Y   G O O D   F E L L O W S            

Studentikoos gelegenheidslied

De Paus, de Paus ach zwijgt er van
dat es mij tochs nen brave man!
En dat hij ons Seminarie kent...!
Aai aai es dat ne fraaie vent:

Viva viva viva viva;
Vivat in aeternum!

Hij kent het en hij weet ook wel
hoe da' m' et hier te Brugge al stelt,
want twee seminariën zijnder daar,
en t onze is t beste: dat is klaar!

Hier staan wij maar ten zessen op,
al met de klokke heur'n eerste klop:
t is gelijk in wat weêre, zo med' een
is m' al in de kerke, al ware t geen.

Men drinkt alhier geen wat'r en melk
ma' t staat ne kaffypot voor elk,
al met ne zelveren lepel derin,
en boterhams niet te dik niet te din.

Ton, moeten wij elders na schole gaan
wij komen allichte weêr van daan.
t Is noene: al dat er op tafel staat
roast beef en potatoes men binnenslaat.

Dat weet de Paus. - En hij weet erbij
dat m' altemal jolly good fellows zijn:
engelsche en vlamingen groot en kleen
en Duitschmans! Daar en es maar n!

Hij weet dat wij' al naar England gaan
en voor t Geloof gaan schildwacht staan
en daarom is hij zoo (uitnemende) content
van ons en van onze president.

t Is hij die ons leert en lesse spelt
en als wij mis doen een eike pelt
med' ons, maar altijd met fatsoen
om niemand niet te veel zeer te doen.

Hij geeft nu al dertig jaar min n
lesse aan studenten groot ende kleen
in philo-sophie en in theologie:
Sa! Weet gij der nog zulke, nomt ze alle drie!

De Paus die es tochs nen brave man!
Hoe dat hij dat altemaal weten kan!
En dat hij alzoo in zijn eigen verdriet
van verre tot in t seminarien ziet.

Hij zag t nochtans en hij zei: t is best
Doctorem creare qui dignus est.
En Sinte Pieter dien heilige man
"t is wel", zeid' hij, "k ben ik patroon dervan".

Hij zei en hij sprak en het was alzoo
en brieven die kwamen continuo:
met zegels en kopkes en: opengedaan,
daar zag men: Doctorem creabo staan.

En nu dat Doctorem creatus est
zoo maken wij allen groot protest
dat t eendelijk wel besteed es, en dat
wij allemaal wenschen: Proficiat!

Proficiat Proficiat
Quod te merentem remunerat
Sis doctor nosque dicibiles
Erimus quia tu Doctor es!

Viva viva viva viva
Vivas in aeternum!

(voor 8/3/1862)


Toelichting bij Jolly good fellows

twee seminariën = het grootseminarie en het Engels seminarie
t is gelijk in wat weêre = eender in welk weer
m' = men
al ware t geen... (weêre) = weer of geen weer
ton = dan
nomt = noemt
kopkes = postzegels
eendelijk = zeer



VOOR   KOSTER   GUILIELMUS           

Kluchtig jubelvers

t Is nu bijna zestig jaren
dat uit d'hemels kwam gevaren
eene ziele wijs en vrom
in een lichaam scheef en krom.
Deze ziele was een' ziele,
die van boven tot aan d'hiele,
heel uw corpus heeft vervuld,
zelfs uw allerscheefste bult.
Want het zijn uw' zielekrachten
die de bulte boven brachten
omdat hun veel plaatse ontbrak.
G'hebt nu bijna zestig jaren
met den knobbel rond gevaren
in uw kerk en in uw kluis
als een slekke met haar huis.
Was het niet van deze bulte,
gij had nooit of nooit zoo schoon
nagevollegd uw Patroon;
nooit had men zoo vele deugden,
zaamgepaard met heil'ge vreugden,
in dit werelddal gezien
onder al die booze lien.
t Is gij immers die zijt stichter
en de eerste Goed-verrichter
van dit schoone schoolgebied
dat gij voor uwe oogen ziet.
Ja, den Bisschop heeft geweten
en hij zal het nooit vergeten
wat gij hier al hebt gedaan
om t Collegie ga te slaan.
Om de keersen af te bijten
en de brokken weg te smijten
is uw' dapperheid zeer groot:
gij bijt liever was dan brood.
Gij kunt ook behendig luien
om de kraaien te verschuien;
als gij aan uw' klokke trekt
g'heel de nieuwe markt ontwekt.
Gij kunt ook de vloer doen blinken,
wierooken en water schinken;
al dat is geen droeve last
die aan u is toegepast;
maar patientie: t zal veranderen!
Deze last rust ook op anderen,
want het is niet lang geleên
dat een nieuw verbond verscheen;
t zijn kadeên van hooger titel,
kortom, t is een g'heel kapittel;
g'hebt den Bisschop, uwen vriend,
die als eenen knecht u dient,
kapelanen, kanonijken
die u onder de oogen kijken,
kosters, dekens en de Swis
buigen voor u als een rijs,
g'hebt dan nog een toestel klokken,
t zijn al sterke steunestokken
die uw schouders en uw bult
onderschragen met geduld.
Tot nu toe heb ik uw deugden
opgehaald met held're vreugden
die er uit uw kastje vloên
tot in uwe wijde schoen.
k Ga nu van wat anders spreken:
ik wil zeggen, die gebreken
die ook in uw' knorre steken;
dikwijls in de wijde deus
van uw pimpernelle neus
durft gij met uw vingers nijpen
en een anders snuif afslijpen,
dit is een; maar t zijn er nog;
durft gij dikwijls, zonder staken,
door uw uitgeholde kaken
koffie gieten, rijspap slaan,
dat gij niet n weet waar gaan.
Dat zijn nu die groote zonden
die betamen aan de honden:
gij ligt dikwijls in dispuut
en gij schimpt de knechten uit;
gij zit liever in de flasschen
dan uw vuilen smoel te wasschen,
en in plaatse van te klinken
ligt gij aan het koffiedrinken;
en dan nog hebt gij de menschen,
tegenstrijdig aan uw' wenschen,
op doen staan van voor den drien,
en dan vallen op de knien,
om den Angelus te lezen
eer de zonne was gerezen!
Als gij zult naar t oordeel gaan,
zal uw mond vol tanden staan,
als uw Jeseken zal vragen
waar de karbonaden lagen
die gij eens in uwen bek
weggesteken hebt als spek.
Wilt u dan wel voorbereiden
om het kwaad van t goed te scheiden.
Oh! dat gij des hemels kroon
mocht verwerven voor uw loon
als gij eenmaal komt te sterven,
om voor goed Gods koffie t erven,
t zij gij u versmoort of hangt,
t zij een wagen komt gereden
over uwe kromme leden,
t zij gij ievers u verstikt
of u in den pap verslikt,
men zal boven uwe tomb,
boven uwe scheeve romp,
op uwe uitgedorde beenen,
leggen heel veel schoone steenen,
zeggende aan die r overgaan:
blijft hier eene stonde staan,
want hier ligt, hier ligt begraven
Guilliëlmus, den braven,
grooten koffy-rijspap-zak
die veel in zijn' pense stak.
Alhoewel hij kwam te sterven
hij zal echter nooit bederven
want met koffy is gevuld
zijnen dikke kromme bult.

(1848/1849)


Toelichting bij Voor koster Guilielmus

verschuien = verschrikken
kanonijken = kanunniken
Swis = suisse die waakt over de orde in de kerk
als een rijs = als een twijg
knorre = harde knobbel, dus de bult
deus = het uitstekend gedeelte van het dak
een anders snuif afslijpen = gebruik maken van andermans snuif
Jeseken = verkleinwoord voor Jezus
tomb = grafheuvel