EEN DICHTERLIJKE GROET UIT T OUDE LAND

Gebroeders, verre in t westen weg,
gedoogt dat ik goêndag u zeg
die ben gebleven
gezond in t oude land in t vrije leven.

Ik dicht nog altemets entwat,
in onze tale, op dit op dat;
en kwam vandage
te lezen onverwacht uw' verzenvrage.

Zoo haast heb ik de pen gepakt,
met int heur' stalen bek gewakt;
ik zit al neere
en schrijve u, eerst van al: t is zomersch weere.

De zonne die in t oosten, wit
en wolkenloos, te blinken zit,
laat onze boeren
hun versch gemaaide hooi met vorken roeren.

Bij u is t nacht; gij slaapt wellicht,
of wandelt onder t sterrelicht:
terwijl ik wake
en welgezind een vlaamsch gedichtje u make.

God vordere u, gebroeders! Sterk
en kloek begost aan t kerkewerk:
t en zal niet baten
zoo lang gij t onbegost zult liggen laten.

Die wel begint heeft half gedaan,
dat vinde ik in de boeken staan
van alle streken,
daar wijze liên gezonde waarheid spreken.

Dus opgepast, en, doet elkeen
zijn duwken
, zij dat groot of kleen,
na korte tijden
zoo zult ge u dankbaar zien een kerke wijden.

Nu weg van hier, naar t verre land,

mijn dichtje; en, aan den overkant

van t breede water,

eerbiedig groet ons volk en zegt: tot later.


Guido Gezelle
(voor 13/8/1894)


Toelichting

Gezelle schreef dit gedicht ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de kerk van de Kortrijkse missionaris Kamiel Maes in Detroit. altemets: soms
entwat: iets
uw verzenvrage: uw verzoek om een vers te schrijven
zoo haast: onmiddellijk
int: inkt / gewakt = bevochtigd
roeren: omkeren
begost: begonnen
daar: waar
doet elkeen zijn duwken: als elkeen doet wat hij moet doen
Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster