O  H E E R L I J K  H A N D G E D A A D

     o Heerlijk handgedaad
van hoogst eerweerde handen,
     o zonne, ziende alom,
doorpeilende alle landen;
     doorwerkende, alderfijnst,
de fijnste wasdomwanden,
     met leven, licht en groei!

     Gegroet zijt mij, wanneer
ge, ontpriemende in den morgen,
     het menschdom waken doet,
in blijdschap en in zorgen;
     of zendt, alwaar gij zinkt
in peerschen doom geborgen,
     uw laatsten avondgloei!

     o Diepheid, ongekend;
o rijkheid, onbeschreven;
     o wondere weldaad bron,
o schoot, nooit uitgegeven;
     vol levenwekkend licht,
vol lichtontwekkend leven,
     vol lijf- en zielsgenot!

     ‘k Aanbade u, waart gij niet,
zoo ik en mijns gelijken,
     ‘t zij sterren, die ‘k alom
zie aan den hemel prijken;
     ‘t zij vogel, vissche of dier,
die land en zee berijken;
     een' enkele blom van God!


Guido Gezelle
(voorjaar 1881)


Toelichting

handgedaad = verwezenlijking
ontpriemende = beginnend te priemen
waken = ontwaken
peerschen doom = paarse nevel
berijken = rijker maken


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster