'T IS HONDERD JAAR GELEEN

t Is honderd jaar geleên,
k en was nog niet geboren,
en Gij, o goede God,
Gij wist me, in uw' gena;
wat heb ik toch gedaan,
hoe ben ik uitverkoren,
dat honderd, duizend niet
bestaan... en ik besta!

k Besta! k Ben eeuwig vast
aan uwen wil gebonden;
Gij ziet mij, dien ik niet
en zie, maar kenne en weet:
waar zal ik, honderd jaar
na dezen, zijn gevonden
,
o eeuwig wezen, dat
mij, sterfling, leven deedt?

o Eeuwig, eeuwig oude
onpeilbaar donkere, diepe
afgrondigheid, waarin
mijne ooge onvruchtbaar dwaalt,
en niets ontdekken kan,
t en ware ik eerst ontsliepe
uit dezen blinden nacht,
waarin geen licht en straalt.

Geen licht en geen geloof
en schenken mij de baken,
gezet van menschenhand
mij langs de levensbaan
;
Gij lost mij, God, alleen,
terwijl ik levend waken
en zijn mag, t raadsel van
mijn ongevraagd bestaan.

o God wat schrikt mij dan
t noodwendig eenmaal sterven,
t herboren worden in
uw heilig licht, o Heer;
wat schrikt mij ruste en vreê,
in t eeuwig vrijzijn te erven
,
en dit mijn sterflijk lot
te missen immermeer!

Wat schrikt mij pijne en kwaal,
die eindlijk eens zal enden
in vaste onlijdbaarheid
,
genoten in uw schoot;
o God, is t dat ik u,
getrouw mag tegenzenden
mijn' liefde, mijn geloof,
mijn' hope, tot der dood!


Guido Gezelle
(1890?)


Toelichting

Gij wist me = door uw weten besta ik
in uw' gena = zonder verdiensten van mijnentwege
waar zal ik, honderd jaar na dezen, zijn gevonden = wat zal er binnen honderd jaar van mij geworden zijn
onvruchtbaar = vruchteloos
de baken, gezet... mij langs de levensbaan = de bakens uitgezet langs mijn levensbaan
Gij lost mij, God, alleen... = gij alleen kunt voor mij oplossen
schrikt = schrikt af
wat schrikt mij... in t eeuwig vrijzijn te erven = waarom zou de eeuwige vrijheid mij afschrikken
enden in vaste onlijdbaarheid = uitmonden in blijvende afwezigheid van lijden
is t dat ik = als ik maar
Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster