TWEE HORSEN

Ze stappen hun' bellen al klinken,
de vrome twee horsen te gaar;
ze zwoegen, ze zweten; en blinken
doet 't blonde gelijm van hun haar.

Ze stappen, ze stenen, ze stijven
de stringen; en 't ronde gareel,
het spant op hun' spannende lijven:
de voerman beweegt ze aan een zeel.

De wagen komt achter. De rossen,
gelaten in 't lastig geluid
der schokkende, bokkende bossen,
gaan, stille en gestadig, vooruit.

Geen zwepe en behoort er te zinken,
geen snoer en genaakt er één haar;
zoo stappen, hun' bellen al klinken,
de vrome twee horsen, te gaâr.


Guido Gezelle
(1/11/1896)


Toelichting

al klinken = terwijl hun bellen klinken
gelijm = glans
stringen = strengen

Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster