T ER VIEL NE KEER

(Herinnering aan Beethoven's Septuor)

t Er viel ne keer een bladtjen op
het water
t Er lag ne keer een bladtjen op
het water
En vloeien op het bladtje dei
dat water
En vloeien dei het bladtjen op
het water
En wentelen winkelwentelen
in t water
Want t bladtje was geworden lijk
het water
Zoo plooibaar en zoo vloeibaar als
het water
Zoo lijzig en zoo leutig als
het water
Zoo rap was t en gezwindig als
het water
Zoo rompelend en zoo rimpelend
als water
Zoo lag t gevallen bladtjen op
het water
En m' ha' gezeid het bladtjen ende
et water
t En was niet t een een bladtje en t an-
der water
Maar water was het bladtje en t blad-
tje water
En t viel ne keer een bladtjen op
het water
Als t water liep het bladtje liep.
Als t water
Bleef staan, het bladtje stond daar op
het water
En rees het water t bladtje rees
en t water
En daalde niet of t bladtje daalde
en t water
En dei niet of het bladtje dei't
in t water
Zoo viel der eens een bladtjen op
het water
En blauw was t aan den Hemel end'
in t water
En blauw en blank en groene blonk
het water
En t bladtje loech en lachen dei
het water
Maar t bladtje en wa' geen bladtje neen
en t water
En was nie' meer als t bladtjen ook
geen water
Mijn ziele was dat bladtjen: en
dat water?-
Het klinken van twee harpen wa'
dat water
En blinkend in de blauwte en in
dat water
Zoo lag ik in den Hemel van
dat water
Den blauwen blijden Hemel van
dat water!
En t viel ne keer een bladtjen op
het water
En t lag ne keer een bladtjen op
het water.


Guido Gezelle
(27/10/1859)


Toelichting

t Er: daar, er
dei: deed
wentelen winkelwentelen: zigzag bewegend
gezwindig: gezwind
rompelend: rimpelend
m' ha' gezeid: men zou gezegd hebben
en: eerste lid van dubbele ontkenning
niet: niets
end': ende, en
loech: lachte
wa': was
Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster