DE  NACHTEGALEN  KLINKEN

De nachtegalen klinken,
     en t licht doet overal
de bladerholten blinken,
     tienduizend in t getal.

De verschgekruinde boomen,
     ze staan al in den Mei,
te dampen en te doomen,
     zoo geurig en zoo vei.

o Zoele Mei, waaromme
     en lijdt gij maar zoo lang?
Hoe blijft uw blad, uw' blomme
     zoo korten tijd in zwang?

Zoo gij, zoo is ons leven,
     hoe lang het zij van duur,
het staat alzoo geschreven,
     een maand, een dag, een uur.

Een uurke, en zonder zorgen,
     ach, ware t mij, o God,
gelijk den Meidagmorgen,
     vol zuiver zielgenot!

Doch neen, daar valt te vechten,
     geen vrede, geen verbei,
tot dat het, wapenknechten,
     eens eeuwig worde Mei!


Guido Gezelle
(15/5/1888)


Toelichting

dampen en doomen = uitwasemen
vei = weelderig
lijdt gij maar zoo lang = duurt gij...
verbei = respijt


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster