E X C E L S I O R        

k Zie liever die te bergewaard
     zijn roekloos opgeklommen,
als die, om loon, zoo zaan te vaart
     gedaan is, nederkommen.

Die stijgt, noch af - noch om en ziet
     naar die in de eerde wroeten;
noch, dwee van halze, en kust hij niet,
     of waren t keizersvoeten.

k Zie liever die de zegevaan
     mij deur de wolken steken,
excelsior, en, voorgegaan,
     mij moed in t herte spreken.

Dan zegge ik: "Op! dat ander kan
     dat wil, dat kan, dat zal ik:
geen oneere en geen' schande en kan
     mijn durven deren, valle ik."

Hooveerdigheid is valsch van doen,
     van zeggen en van zeden:
ootmoedig wille ik, ridder koen,
     tot stijgen mij besteden.

Zoo God mij helpt en gij, mijn vuist,
     op Libans hoogste kragen,
of vielender omtrent mij duist,
     nog wil, nog zal k het wagen.

Kortrijk 10/5/1897


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster