J A N T J E         

Op en neêr, in de elzentronken;
     neêr en op, gewiegewaagd;
toutert Jantje, en, omgezonken,
     raakt de stam, die Jantje draagt,
de aarde bijkans: op en neder
rijst het weg en zinkt het weder.

Op en neêr, in s levens wegen,
     Jantje, zal t bij beurten gaan;
lief en leed zal, voor en tegen
     t herte u en de schenen slaan:
wiegewagen zult ge, en dansen,
tusschen goê en kwade kansen.

Breekt de tak, dan zie k u vallen
     diepe in t goor, beneên u daar:
zwicht u, en, bezien ze u allen,
     helpende u, met handgebaar,
om nog hooger op te schrijden,
zwicht u, Jantje, en rust in tijden.

21-22/4/1897


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster