'  T   S C H E E R W I E L         

Het versch gechoren gers is zoet
     om zien, en, in de zonne,
verpreuvelen t mijn herte doet,
     van louter levenswonne.
Het scheerwiel hoor ik rijden, met
     gerul, en zijnen draf
aan t draven, alles snijden met
     zijn' scherpe tanden af.

Geen scheerder, die zoo scheren kan;
     geen wever die zoo weven:
geen een en kent de konste van
     zijn laken doen te leven.
t Doen leven kan de zonneschijn,
     t doen blinken in den glans
des hemels en nog groender zijn
     als t groenste laken, gansch.

Nu loopt erin, en laat u t spel,
     de louter' levenswonne
verpreuvelen, en jeunt u wel,
     gij kinders, in de zonne;
daar t laken ligt en zult gij nu
     verwringen hand en voet:
loopt spelen daar en zegene u
     de zommerzonne zoet.

13-14/5/1897


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster