S L A A P L I E D     

Waait mij nu zoetjes,
     o zuchtende wind;
wiegt mij en douwt mij
     dat zuilende kind;
speelt om zijn wichtelijk
     aanzichte en laat
Jesuken rusten: het
     slapen nu gaat.

Palmen, die roerende en
     wagende zijt,
stilt om mijn kindeke uw
     takken nen tijd;
engelkes, zoetjes, ach,
     Jesuken wilt
slapen: uw' tonge en
     uw' harpe nu stilt.

Vogelkes, zwijgt, die daar
     huppelt en springt;
dauwdruppels, zoetjes, en
     belt noch en klinkt;
zonne, uwe machtige
     stralen verfrischt:
t Kindeken Jesus... in
     slape... nu is t.

Kerstdag, 1898


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster