D E   S P E R R E T A K K E N    

De sperretakken staan, nabij
     den boom, alsof hun' blren
gestorven, over langen tijd,
     aan jeugd en jonkheid waren;
maar, al zoo zaan de zomer komt,
     herzie k hun verste vingeren
met jeugdig groen en zappigheid
     den ouden boom omslingeren.

Nog winter is t, men zeggen zou,
     omtrent het bol; en, neven
het bol, zijn zwart de takken, die
     maar tendenwaards en leven:
het oude draagt het nieuwe, dat
     nog jong is; maar, van dagen
ook oud geworden, beurtelings,
     zal t oude et nieuwe dragen.

Op de ouden blijft gesteund, en zijt
     voorzichtig, jonge spranken;
n laat u niet verleiden, om
     te vroeg u vrij te danken
van t oude: uit de oude grauwte van
     de schiergestorven boomen
zal nieuwgeboren schoonheid eens,
     en sterkte, henenstroomen.

30/5/1897


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster