Z O N H O E D E N

          Onder hun' hoeden
     zoo liggen ze, in t vlas;
          boos is de zonne en
zoo heet als een oven:
          rood is hun aanzichte,
     als ongepijnd was...
          Boos is de zonne en
ze bakelt erboven.

          Schaduwt hun' hoofden,
     gij, hoeden van stroo;
          strekt u, zoo verre als
gij kunt, op hun' leden;
          laat ze, die wieden,
     al rusten ze noô,
          halen een asemke,
uw' schaduw beneden.

          Tavond zal t branden
     gedaan zijn, en dan,
          laat ze weêr, vrij, lijze
en koele, om de slapen;
          laat ze, verlost van
     den arbeid en van...
          U, groote hoeden,
een rustje gaan rapen!

21/5/1897


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster