O LIED

o Lied! o Lied!
Gij helpt de smert
wanneer de rampen raken,
gij kunt, o Lied, de wonde in t hert,
de wonde in t hert vermaken!
o Lied, o Lied!
Gij laaft den dorst,
gij bluscht het brandend blaken,
gij kunt, o Lied, de drooge borst
en t wee daarvan doen staken.
o Lied! o Lied,
het zwijgend nat
dat leekt nu langs mijn kaken,
gij kunt het, en uw kunst is dat,
gij kunt het honing maken...
o Lied! o Lied!


Guido Gezelle
(juni 1860)


Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster