RIJMRAM

Daar viel mij in t gedacht entwat,
dat, al te onveerdig opgevat,
verloren liep; en, mondgemeens,
en zal t noch ik, noch iemand eens
genieten.

Het deert mij danig! Ei! t en doet:
en heel en is en al, voor goed,
dat ongedicht gedachtje, dat
was al te onveerdig opgevat,
te nieten.

Het leeft entwaar entwat dervan,
dat visschende ik nog vangen kan,
wellicht; en, eens in t net, wie is t,
genaan! Die mij den visch ontvischt,
en t garen?

Mij rijmvast en, van stonden aan,
zal t stijf en sterk in staven staan,
nu, mondgemeen, het onverwacht
gedacht gedicht, gedicht gedacht,
nog jaren.


Guido Gezelle
(9/10/1896)

Toelichting

onveerdig = onbehendig, onvolgroeid
mondgemeens = woord geworden
verzen 3-5 = niemand zal het genieten omdat het niet uitgewerkt werd
t en doet = of toch niet
en heel en is en al, voor goed = het is niet heel en al te niet
het leeft entwaar entwat dervan = er leeft nog ergens iets van
genaan! = deksels! nog aan toe!
staven = letters

Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster