* 155             

"Ons dagelijksch brood"

          o Goedheid, zonder einde of grond,
     o Godlijke ontfermhertigheden,
     gedoogt dat ik mijn' dankgebeden
     U bieden durve, en bidde, U heden,
          om t dagelijksch brood, dat hert en mond
     mij laven zal; mij recht en reden
          beseffen doen, mij t lijf gezond
bewaren, tend de strijd voor goed is uitgestreden!

16/10/1896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster